In ons vorige blog legden we uit waarom de crashkuur van Bram Krikke en Daan Boom precies de verkeerde les uitzendt. Zes maanden afzien richting één fotoshoot, en daarna? Ontevreden en terug bij af. Logische vervolgvraag: als afzien niet werkt, wat dan wél? Het antwoord is bijna teleurstellend simpel. Je begint niet bij een app of een weegschaal, maar bij de kwaliteit van wat er op je bord ligt.
Whole, unprocessed foods. Oftewel: volwaardig onbewerkt voedsel.
In de voedingswereld valt vaak de term whole, unprocessed foods. Wij houden het gewoon op de Nederlandse variant: volwaardig onbewerkt voedsel. Dat is eten dat er nog uitziet zoals het uit de grond komt, van de boom valt of van het dier komt. Eén ingrediënt, en dat ingrediënt is het product zelf.
Denk aan vlees, vis, eieren, groente, fruit, noten, zaden en knollen. Een appel is een appel. Een ei is een ei. Simpeler wordt het niet. Aan de andere kant van het spectrum staat het ultrabewerkte spul: producten die zo vaak door een fabriek zijn gehaald dat er iets overblijft met een etiket vol namen die je thuis niet in de kast hebt staan.
Hoe herken je het? Over het algemeen zijn dit voedingsmiddelen die je in de natuur terugvindt, die weinig ingrediënten bevatten en die vrij snel bederven als je ze niet op tijd opeet. Dat laatste is juist een goed teken: echt eten leeft en vergaat, terwijl iets wat maandenlang onaangeroerd in de kast kan liggen bijna altijd flink bewerkt is.
De supermarkttruc die alles makkelijker maakt.
Je hoeft geen voedingsdeskundige te worden om dit onderscheid te maken. Er is één vraag die je bij bijna elk product kunt stellen: heeft dit een ingrediëntenlijst nodig?
Een banaan niet. Een handvol amandelen niet. Een stuk kipfilet niet. Maar dat pak koeken, die kant-en-klare saus, die “gezonde” ontbijtreep? Draai ‘m om en lees de achterkant. Hoe langer de lijst, hoe verder je van volwaardig onbewerkt voedsel af zit.
Niet toevallig staat het gros van dat echte eten doorgaans aan de randen van de supermarkt: groente en fruit, vlees en vis, zuivel en eieren. Hoe verder je het middenpad in loopt, hoe meer pakken, zakken en dozen je tegenkomt. Het is geen ijzeren wet: ook aan de rand liggen bewerkte producten (denk aan een toetje vol suiker, chips of gepaneerde vis), en in het middenpad vind je prima keuzes (zoals havermout, peulvruchten, rijst of noten). Maar als vuistregel werkt het uitstekend: doe je boodschappen vooral langs de buitenkant, dan heb je de klus al voor de helft geklaard.
Vergelijk het met de tank van je auto. Je kunt ‘m volgooien met de goedkoopste rommel, of met de brandstof waar de motor voor gemaakt is. Op de korte rit merk je het verschil amper. Maar rijd er jaar in jaar uit mee door en de goedkope keuze laat overal sporen na: haperende motor, meer onderhoud, kortere levensduur. Je lichaam werkt precies zo: het draait beter op echte grondstoffen dan op namaak.
Waarom dit vóór calorieën tellen komt.
Veel mensen denken dat gezonder eten vooral een kwestie is van alles wegen en in een app kloppen. Dat meten hoort er zeker bij, en in ons voedingstraject ga je er ook vrij snel mee aan de slag. Maar het levert pas echt iets op als de basis klopt. Want wie het grootste deel van zijn eten vervangt door volwaardig onbewerkt voedsel, doet automatisch al een heleboel dingen goed tegelijk.
Je krijgt vanzelf meer vezels en kwalitatief betere voedingsstoffen binnen, en afhankelijk van wat je kiest ook meer eiwit. Je zit sneller vol en blijft langer verzadigd, simpelweg omdat echt eten meer “werk” is voor je lichaam dan een gladgestreken product dat in twee happen weg is. En je schrapt bijna ongemerkt een berg lege calorieën. Kwaliteit als fundament, meten als gereedschap waarmee je daar bovenop bouwt.
Het loggen en wegen geven je richting en houvast, maar het fundament waar het allemaal op rust, leg je hier: bij wat je in je karretje legt.
Onbewerkt als standaard, niet als religie.
Nu even eerlijk, want we willen geen nieuwe stok om jezelf mee te slaan uitdelen. Volwaardig onbewerkt voedsel is de standaard waar je naar terugkeert, geen heilige wet waar je nooit van mag afwijken.
Een verjaardag, een terrasje in de zon, dat ene toetje bij je moeder: dat hoort bij een leven dat je leuk vindt en dat je volhoudt. Precies dezelfde boodschap als bij Bram en Daan: het gaat niet om perfectie voor even, het gaat om iets wat je jarenlang blijft doen. Eet je doordeweeks grotendeels echt en onbewerkt, dan mag dat weekendmomentje er gewoon zijn. Je hoeft niet perfect te eten om gezond te eten.
Datzelfde zie je overal terug. Je hoeft geen perfecte ouder te zijn om een goede ouder te zijn. Je hoeft geen foutloos bedrijf te runnen om een gezond bedrijf te runnen. Het gaat om wat je het grootste deel van de tijd doet, niet om de uitzondering.
Van bord naar systeem.
Dit is de eerste stap: leer het verschil zien tussen echt eten en namaak. Maak volwaardig onbewerkt voedsel je uitgangspunt. Zodra dat staat, kun je gaan bouwen door bij te houden wat werkt en te sturen op je doel.
Draai bij je volgende boodschappen gewoon eens een paar producten om en stel jezelf die ene vraag: heeft dit een ingrediëntenlijst nodig? Je zult verbaasd zijn hoe vaak het antwoord je al genoeg vertelt.



